dinsdag 21 juni 2011

Mississippi Moddertaart

Voor iedereen die deze taart heeft gegeten op mijn verjaardag, en het recept graag wil hebben. Maar ook voor iedereen die 'm niet gegeten heeft en het recept graag wil hebben. Of voor geïnteresseerden die het recept helemaal niet willen hebben, maar wiens nieuwsgierigheid werd gewekt door de afwijkende titel van deze weblog.


[Iedereen die niet geïnteresseerd is verwijs ik direct door naar de meesterlijke blog die Melanie gisteren plaatste.]

Ik heb horen zeggen dat een 'Mississippi Moddertaart' eigenlijk wel smerig klinkt. Ik kan dat niet ontkennen. Sterker nog, bij het horen van Mississippi en Modder denk ik nog het meest aan afgrijselijke overstromingen en vieze bruine prut die meedogenloos alles meesleurt dat binnen bereik staat, ligt of zit. 

Desalniettemin - ik wordt altijd vrolijker als ik dit woord in een weblog kan gebruiken - ga ik jullie toch het recept geven van deze oproerkraaiende taart, die in tegenstelling tot wat de naam doet verwachten best lekker is. Verwacht vooral geen kookboekentaal.


Stap 1. Doe boodschappen. Maar niet voordat je de voorraadkast/kelder/schuur/zolder uitgebreid hebt doorgezocht naar bruikbare ingrediënten die de houdbaarheidsdatum nog niet voorbij zijn. Mogelijke in-huis-hebbers zijn: 225 g. bloem, 6 eetlepels cacao, 325 gram boter, 2 eetlepels gewone suiker of witte basterdsuiker, 350 gram bruine basterdsuiker, 4 eieren, 1 of 2 eetlepels koud water. Voor dat laatste hoef je niet in de kast te kijken. 

Dingen die ik niet in huis had waren: 2 pakken gedroogde erwten van Hak (In de AH Nijkerk het schap van de groenten in potten op de bovenste plank.) Wees niet bang! Dit gaat niet door de taart. 150 gram pure chocolade. (Dat is de grootste reep die je kunt krijgen.) 300 ml. schenkroom (Volgens mij heb ik kookroom gebruikt en dat lukt ook. Jullie leven nog.) 400 ml. slagroom en eventueel chocoladekrullen. Je kan ook het restje van de chocoladereep en een rasp gebruiken, maar dan worden ze iets minder mooi. Of  ze mislukken, maar dat heeft geen effect op de smaak.

Daarnaast zijn er nog wat zaken die ook wel handig zijn om in huis te hebben. Hieronder vallen: Een oven, een bakblik van 23 cm diameter, plasticfolie, aluminiumfolie of bakpapier, een mixer, een weegschaal (of een heel goed inschattingsvermogen) en wat bestek, een kom en dergelijke.

Stap 2. Maak deeg. Hiervoor moet de 225 gram bloem in een kom. Officieel moet je het zeven (met een zeef), maar ik zie daar de toegevoegde waarde niet zo van. Twee van de zes eetlepels cacao gaan ook door de bloem. Maak een pakje boter open en snijdt 150 gram af bij het lijntje. Je kan een poging doen om de boter eerst klein te maken voor je deze door de bloem en cacao kneedt, maar het wordt toch wel een smeerboel. Kneed net zo lang tot je allemaal kleine deegkruimeltjes in de kom hebt. Strooi twee eetlepels suiker door de kruimeltjes en giet er een of twee eetlepels koud water overheen. Kneed dit tot een deegbal, wikkel 'm in met plasticfolie en leg het in de koelkast. Drink een kop thee of koffie en zet de oven aan op 190 graden (geen hete lucht nodig). Als er 15 minuten voorbij zijn mag het deeg weer uit de koelkast. 

Stap 3. Pak een plank of was je aanrecht, strooi er wat overgebleven bloem op en pak de deegbal uit. Sla deze plat met een deegroller of met je handen. (Dit is het ontspannende aspect van taart bakken.) Vet de taartvorm in of zorg dat hij een anti-aanbaklaag heeft. Bekleed de taartvorm met het deeg, maximaal 5 mm. dik is prima of teveel. Je hebt nu de oevers van de Mississippi gecreëerd. bedek de vorm met aluminiumfolie of bakpapier en gooi er beide pakjes gedroogde erwten in. Je laat tijdelijk erwten door de Mississippi stromen in plaats van modder. Normaal gesproken noemt men dit een blindbakvulling. (dus als je het niet snapt kun je er op googlen) Stop de vorm met erwten en al in de oven. Als je een timer hebt stel je die in op 15 minuten. Begin vast met stap 4 maar haal, als er 15 minuten voorbij zijn, het aluminiumfolie met de erwten uit de taartvorm en laat het deeg vervolgens nog 10 minuten doorbakken zonder erwten. Deze kun je overigens niet meer eten, maar wel hergebruiken als je nog een keer een Mississippi Moddertaart wilt maken. Na die 10 minuten mag het deeg uit de oven. 

Stap 4. Het maken van de modder. Het is het makkelijkst om eerst te zorgen dat de 150 gram chocolade gesmolten is. Ik smelt chocolade bij voorkeur 'au bain marie' oftewel ik stop het in een kommetje en laat dat kommetje ronddobberen in een grote schaal of pan met kokend water. Je kunt het ook in de magnetron proberen maar bij mij komt er dan altijd grijze rook uit. Je kunt het ook direct in een pan op het vuur zetten, maar dan brand het bij mij altijd aan. Misschien ben ik gewoon onhandig. Laat de chocolade rustig dobberen, of wat je er ook mee doet, en klop de overige 175 gram boter en 350 gram bruine basterdsuiker samen in een kom. Voeg zo af en toe een ei toe, tot je alle vier de eieren hebt gehad. Doe hier ook 4 eetlepels cacao door. Als dit er een beetje fatsoenlijk uitziet, kun je er de 300 ml. schenkroom en de (hopelijk) gesmolten chocolade doorroeren.

Stap 5. Verlaag de oventemperatuur tot 160 graden. Dit had je eigenlijk al moeten doen nadat je het deeg eruit haalde, maar ik vergeet meestal het recept door te lezen voor ik begin met koken, dus ik ga ervan uit dat jullie dat ook doen. Giet de modder die je hebt gemaakt in de voorgebakken deegvorm. Dit ziet eruit alsof je in een twix of marsreclame zit, omdat je van die mooie golfjes kan maken met de chocola. Zet de taart weer in de oven en bak deze nog 45 minuten tot de vulling stevig aanvoelt. Het kan gebeuren dat je Mississippi Moddertaart lijkt te overstromen. De modder reist de pan uit en je vraagt je ernstig af hoe dit nog goed gaat komen. Maar wanhoop niet, als je de taart uit de oven hebt gehaald zakt hij in waar je bijstaat. 

Stap 6. Laat de taart afkoelen, klop de slagroom met drie eetlepels suiker (of meer) en vul de taart hiermee op. Haal hem wel eerst uit de taartvorm, want dat kan er wel eens lomp aan toegaan. Strooi de chocoladesnippers over de taart of maak eerst ruzie met de resterende chocoladereep en de rasp alvorens een chocoladegruis-achtig restproduct te vinden en over de taart te werpen.

Je bent klaar. 


maandag 20 juni 2011

Welkom in Nederland

Ooit gehoord van expeditie Doggersbank?
Het zou me niks verbazen  als het een vergeten ontdekkingstocht was van Abel Tasman ergens in de 17e eeuw. Maar nee ik ontdekte deze expeditie ergens op een NOS-blog geloof ik..
Verschillende vrijwilligers speuren met boten naar wrakken op de zeebodem. Bij deze wrakken worden alle diersoorten genoteerd en aangezien de zee steeds warmer worden, komen daar ook nieuwe dieren bij. Deze dieren zijn vanaf deze zomer te bewonderen in de Nederlandse zee:


- Een rugstreep oprolkreeft,
- een pelikaansvoet
- een belletje
- de stiefelslak
- de Breedkop harlekijnslak
- de harige heremietkreeft
- de bonte galathea
- de slanke noordhoren
- de komma kroonslak
- de driekleur knuppelslak
- de grote tritonia.

Ik zou echt bijna een tekenwedstrijd gaan uitschrijven... Mijn fantasie slaat in ieder geval behoorlijk op hol bij het horen van deze inspirerende namen.

Dus daarom de opdracht:
'Kies een nieuw Nederlands dier uit en beschrijf zijn uiterlijk en waarom jij juist dit dier dolgraag als nieuw huisdier in je aquarium zou willen vestigen.'

De winnaar wint een enkele reis naar de zeebodem.

zondag 1 mei 2011

Nog eentje over Magnus

Het is altijd vermakelijk om maandagochtend in de trein de recensies in de Spits en de Metro te vergelijken. Boek A wordt in de Metro geroemd om de prachtige omschrijvingen, terwijl Spits beweerd dat het langdradig is. Anne en ik besloten dit experiment over te doen met 'Magnus'. Ik heb de recensie van Anne op het moment dat ik dit schrijf nog niet gelezen, dus.. ik ben benieuwd!

Magnus - Arjen Lubach

Op de basisschool was ik ernstig verslaafd aan lezen. Ik had zelfs twee bibliotheekpasjes om m'n eigen vraag bij te houden. Ik verslond ze werkelijk waar (de boeken dan, de pasjes waren minder smakelijk). Op de middelbare school maakte ik kennis met 'De kloof'.
Er zit echt een enorm gat tussen de kinderboeken en de Nederlandse literatuur. De meeste boeken die je verplicht moest lezen waren vanuit mijn oogpunt vaak nogal zwaarmoedig en langdradig. Ik ben daardoor toen echt een poosje m'n plezier in lezen kwijt geraakt.
Een positieve uitzondering daarop was Bastaardsuiker. De schrijver van dit boek, je voelt 'em al aankomen, was Arjen Lubach. Ik vond het zo leuk dat ik het zelfs meerdere keren heb gelezen. Het was een dromerig boek met een verhaallijn die zo knap in elkaar zat dat je elke keer weer verrast werd. Daarbij was het ook nog ontzettend grappig. Ik schoot om de zoveel bladzijdes weer hardop in de lach.
Ik vertelde dit ook aan mijn leraar Nederlands en hij besloot onmiddellijk ook te gaan lezen. Ik was er zelfs een tikje trots om dat ik zo'n goed boek had gevonden, maar toen ik de volgende les binnen kwam schudde hij zijn hoofd:
'Vond je het echt zo goed? Ik vond het niet echt wat. Het was helemaal niet zo literair.'
Zucht.

Het beginpunt van dit boek, Magnus, vind ik zelf brilliant.
'Wanneer Merlijn Kaiser hoort dat er in een zweeds pretpark vreemde uitgaven worden gedaan met zijn creditcard, besluit hij zijn koffer te pakken en amateurdetective te gaan spelen.'
Ik zag later in een interview dat een vriend van de Lubach op een keer echt werd opgebeld door de creditmaatschappij met deze mededeling. (Hij blokkeerde, iets logischer, gewoon zijn 'card').
Het plot zat goed in elkaar. Erg knap bedacht hoe de personages in het verhaal met elkaar zijn verbonden en ook hoe op het oog kleine details ineens verderop ineens weer een belangrijke rol spelen of terugkomen.  Af en toe filosofeert het een beetje de ongeloofwaardige kant op, maar er zaten gewoon echt momenten in dat je helemaal verrast zat te zijn. Een groot pluspunt!

Ik heb trouwens het idee dat de hoofdpersoon van de boeken van Lubach elke keer een beetje dezelfde persoon is. Volgensmij is hij het eigenlijk zelf.
In dit boek is het weer een schrijver die inspiratie nodig heeft en hij heeft ook net als de 'echte schrijver' wijsbegeerte gestudeerd. Merlijn volgt tijdens het verhaal in Zweden een cusus Zweeds en jawel Lubach heeft Zweeds gestudeerd. Ik denk dat hij ook wel veel in Zweden moet zijn geweest, want hij weet details die hij geloof ik niet kan hebben verzonnen. Dat is dan weer wel goed voor de geloofwaardigheid.

Magnus is net als Bastaardsuiker ook weer een dromerig boek. Ik heb Arjen even gegoogled en 'tadaa!' hij heeft wijsbegeerte gestudeerd. Hij filosofeert zich inderdaad een beetje het boek door, waardoor je af en toe denkt:
'Goh..' of 'Tjonge' of 'Hé, zo had ik er nog niet tegenaan gekeken'.
Een tegenvaller van dit boek was dat ik er niet om moest lachen. Ik heb nu ik er zo over nadenk zelfs niet om geglimlacht. Ik heb wel gezucht... Het was nogal zwaarmoedig zeg maar...
Als bastaardsuiker een rozijntje was, is Magnus een banaan. (Ik heb gisteren in het pannenkoekenrestaurant geleerd dat bananen erg zwaar op de maag liggen, dus vandaar.)


Het is kortom een dromerig boek met een goed plot, maar ik mis de humor en de luchtigheid.. Eigenlijk lijkt dit boek daardoor gewoon verdacht veel op de andere Nederlands literaire boeken op de boekenplank op het Johannes Fontanus College. Misschien is dit voor de schrijver wel een enorm compliment, maar hoewel het boek erg goed in elkaar zat, heb ik persoonlijk toch liever iets waar je  behalve erg wijs en diepzinnig, ook een een klein beetje vrolijk van wordt.
Om daad bij woord te stellen zal ik deze recensie heel vrolijk afsluiten.
*tromgeroffel*

Hahaha! (dus.)

Melanie.



Einde.

woensdag 27 april 2011

Een boekrecensie: Magnus van Arjen Lubach

Met boekrecensies is het net als met het koken van pasta. Je moet zodra je het hebt afgegoten en samen met een eetlepel olijfolie terug in de pan hebt gemikt ongeveer vijf minuten wachten voor je het opdient. (Ik meen dat ik J. Oliver ooit zoiets heb horen zeggen.) Maar dan nu de vergelijking... Vorige week donderdag sloeg ik Magnus van Arjen Lubach dicht. Hij liet me achter met een hoofd vol emoties en ideeën. Maar omdat ik nu een weekje heb gewacht en wat olijfolie tussen het warrige verhaal heb gegoten, wordt het vast een logische recensie.





Ik begon het boek midden in een tragische situatie. Merlijn, de hoofdpersoon, zit zonder het te beseffen al maandenlang opgesloten in zijn trage bestaan op een krukje in de keuken. Hij wacht daar tot zijn weggelopen liefde Caro weer iets van zich laat horen. Na een avond stappen en een vechtpartijtje met de nieuwe minnaar van Caro wordt Merlijn gebeld door een creditcard beveiligingsbedrijf. Hij zou vreemde hoge bedragen hebben uitgegeven in een pretpark in Zweden. Of dat klopte. 'Nee' bedacht Merlijn. Maar tegen de man aan te telefoon zegt hij: 'Ja, dat was ik.' Vervolgens boekt hij een vliegticket naar Zweden en gaat op zoek naar de dief van zijn geld.

Arjen Lubach zit meestal vol onverwachte en verwarrende wendingen, vreemde gedachten en onwaarschijnlijke uitspraken. In zijn vorige boeken, 'Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend' en 'Bastaardsuiker' was de draad van het verhaal soms ook al behoorlijk kwijt. In dit boek echter stelt Lubach naast alle onverwachte wendingen ook nog een volstrekt raadselachtige hoofdpersoon op. De handelingen van Merlijn zijn gebaseerd op flinterdunne motivaties. Bijvoorbeeld de rare beslissing om naar Zweden te vliegen. Enigszins logisch als je bedenkt dat hij er geen sociaal leven of vaste baan op nahoud. Maar waarom zou je? Zijn gedachten stelden me regelmatig voor raadsels. Een complexe persoonlijkheid, met een enigszins teleurgesteld wereldbeeld, die ook nog eens aan raadselachtige epilepsie lijdt waardoor hij zo af en toe stukjes uit zijn leven mist. Hiermee creëerde Arjen Lubach een afstand tussen mij en Merlijn; ik kon me niet meer inleven.

Als ik mij niet meer in kan leven in een hoofdpersoon, zit ik niet meer in het verhaal. De gebeurtenissen vanuit het perspectief van Merlijn, hoe verrassend of schokkend ook, deden me niet zo veel. Vooral in 'Akte 1' sloeg ik de pagina's traag om, en moest ik mezelf dwingen door te lezen. Maar! 'Magnus' is geen slecht boek. Sterker nog, toen ik de afstand en het onbegrip ten aanzien van de hoofdpersoon had geaccepteerd, ongeveer bij het begin van 'Akte 2' begonnen de - nog steeds verrassende - gebeurtenissen elkaar in sneller tempo op te volgen. De steeds vaker voorkomende dialogen, in de hotelbar, met de dief van zijn geld, met de dochter van de dief, houden de snelheid van het boek hoog. Soms kan Lubach het niet laten om een bladzijde te verzinken in moeizame gedachten van de hoofdpersoon, maar eerlijk gezegd is de actuele verhaallijn in het boek te spannend en verrassend om hier als lezer lang bij stil te staan. De ontknoping, waar alle zijsporen weer een verhaal worden, las ik in een keer uit. Vooral de tijdelijke afwezigheid van het gepeins van Merlijn brengt snelheid in het verhaal.

Kortom: (Voor als je de uitgebreide argumenten liever overslaat en snel wil weten wat ik van het boek vond.)
Een verrassend boek met een spannende ontknoping, ondanks dat je als lezer het idee hebt dat je klem zit tussen de twee eindeloos reflecterende en peinzende hersenhelften van de hoofdpersoon. (En helaas eindig je ook tussen de hersenhelften van Merlijn.)

Wat ik wel erg heb gemist: bij de vorige boeken van Arjen Lubach moest ik regelmatig hardop lachen. Bij het lezen van 'Magnus' was een glimlach het hoogtepunt. Maar dat scheelt wel rare blikken in de trein...

maandag 25 april 2011

Een zeer korte geschiedenis van de huzarensalade

Zowel de eerste en tweede paasdag vond het volgende gesprekje plaats:'Wat is dat voor een salade?' (Dat vroeg ik. Mijn gehele familie bevond zich rond een haperend gourmetstel)
'Een huzarensalade,' werd er geantwoord.
Ik was eventjes stil en trok een nadenkend gezicht:
'Wat is een huzaar?'
'Het is een huzarensalade.'
'Ja.. maar.. wat is een huzaar?'

Er werd even nagedacht en er werden verschillende ideeen geopperd.
Misschien was het een soort vergeten groente uit de oudheid?
Misschien heette de man die deze salade ontwierp wel Henk Huzaar?
Was dat niet een volk|?
Misschien betekende het frisjes in het Roemeens?

Dan nu.. op veler verzoek.. *tromgeroffel*

Een zeer korte geschiedenis van de huzarensalade.

Lang, heel lang geleden werkten in het leger van Hongarije een groepering die zich de huzaren noemde. Het begrip huzaar is van oorsprong Servisch en werd het eerst door Hongarije gebruikt. Later werd de term door andere Europese landen geïmiteerd. De huzaren waren van oorsprong Hongaarse ruiters, die in de Keizerlijke Oostenrijkse legers ten strijde trokken tegen de Turken. De huzaren waren bontgeklede ruiters die beschikten over een grote ruiterkunst. De huzaren werden zo berucht en vermaard dat ook in andere legers huzareneenheden werden opgericht. Huzaren werden vooral ingezet om vijandelijk gebied te verkennen.

 Dit is een Huzaar.

De huzaren ontdekten al snel dat het niet handig was om midden tussen de vijandelijke troepen een vuurtje te stoken om even de goulash op te warmen. Hun vrouwen gaven de huzaren daarom van tevoren bereid voedsel mee. Door de etenswaren allemaal door elkaar te mengen ontstond een koude salade die al snel de 'huzarensalade' werd genoemd.

Als je de volgende keer dus weer met een bordje vol op een plastic tuinstoel naar de schutting loopt te staren, bedenk dan dat je eigenlijk een avonturier bent. .
Want terwijl de huzaren in het heetst van de strijd wat Turkse troepen aan hun zwaard probeerden te rijgen klotste de huzarensalade op hun rug moedig mee. De huzarensalade lijkt misschien wat cliché, maar in werkelijkheid is het waarschijnlijk een van werelds dapperste gerechten.

Einde.

woensdag 20 april 2011

Waarom ik niets schrijf


Ik weet het niet. Ik kan überhaupt niets meer schrijven waar ik achteraf tevreden over ben. Zelfs deze zin blijft hier alleen maar staan omdat ik mezelf er tien seconden van heb zitten weerhouden de deleteknop aan te raken. Het frustreert me dat zelfs het schrijven van gedichten – de enige schrijfactiviteit waar ik min of meer in slaagde – niet meer lukt. Het schrijven van boeken heb ik een paar jaar geleden opgegeven toen het zoveelste verhaal na drie bladzijden totaal oninteressant begon te worden. Het schrijven en bijhouden van een weblog heb ik langer volgehouden, maar ook gestaakt toen ik merkte dat ik in herhaling viel. Het belangrijkste ingrediënt van deze korte verhaaltjes was humor, maar niets van wat ik schrijf kan nog als grappig worden opgevat. Ik kan er in elk geval zelf niet meer om lachen, dus zit ik achter mijn worddocument om te komen van zelfmedelijden. De term ‘writersblock’ – vaak toegepast zodra een willekeurige auteur ontdekt dat hij of zij even niks kan bedenken – mag officieel alleen gebruikt worden als het gaat om een ‘flinke tijdsspanne van niet kunnen schrijven’ aldus de zéér betrouwbare bron Wikipedia. Ik neem de vrijheid mezelf te diagnosticeren aan de hand van een Wikipediapagina en kom tot de conclusie dat ik echt een writersblock heb. Toch goed om te weten.

Omdat ik toch wel graag wil weten waarom ik lijdt aan deze ‘aandoening’ heb ik de Engelstalige Wikipediapagina geraadpleegd. Mijn vermoeden – dat deze pagina mij zou gaan vertellen hoe je aan een dergelijk block komt – werd bevestigd. Een writersblock, aldus deze pagina, kan verschillende oorzaken hebben. Een aantal oorzaken omvatten ‘creatieve problemen die te maken hebben met het werk van een auteur.’ (?!) De schrijver is door z’n inspiratie heen, heeft het idee dat hij iets moet doen dat nog nooit iemand heeft gedaan, zit op het verkeerde spoor, of wil iets doen dat buiten zijn of haar mogelijkheden ligt. Maar er zijn ook nog psychische afwijkingen mogelijk, depressies, stress, et cetera.

Geheel in stijl met dit stukje tekst, ga ik nog even door met het diagnosticeren van mezelf. Ik denk dat ik in de eerste categorie oorzaken val. Ik wil iets wat ik niet kan, ik ben ontevreden over mijn werk en wil baanbrekende teksten schrijven. Daarbij komt nog dat ik mijn hoogtepunt reeds heb bereikt. Ik heb anderhalf jaar geleden een gedicht geschreven waar ik nog steeds min of meer tevreden over ben. En dat is een record. Daarbij moet wel worden vermeld dat ik het vijf keer moet herlezen en vervolgens een kwartier moet nadenken voor ik me precies herinner wat ik ermee bedoel. En er zijn dingen die ik alsnog weer zou willen wijzigen… Maar ach, dit is het, en zo blijft het. Ik vind het sfeertje is wel leuk.

  
Sop

De tegels die sneller langsfietsen
door de nauwe straat, die afbuigt
als ik omkijk, – naar de paars bewolkte
lucht van zeep op de stoep en terpentine –

met de decadentie van een radiostation
dat elke plaat inslikt en omkaderd
uitspuugt in het komen en gaan van
treinen en hun huiverende passagiers.

De nauwe straat buigt af en aan
de winkelruiten – waarachter ingeblikte
filosofen vanuit de schappen staren –
kleeft de weerspiegeling van onverlaten

die met klapperend geweten liepen
zoals ik door sop dat slikt en deinst
over Sodom stroomt – dit maal verdrinkt
de stad waarin de aarde woont.









Einde van deze... weblog...

zondag 21 november 2010

In de trein

Slechts om het spits af te bijten, Melanie zal deze categorie met vreugde voortzetten.

Gisteren - ik denk dat het gisteren was, en als het niet gisteren was dan doet het er niet toe - zat ik in de trein. De mevrouw tegenover mij reinigde haar gebit met de stylus van haar mobiele telefoon en de meneer naast mij attendeerde mij erop dat ik mijn cola niet moest openen nadat de halve inhoud van mijn tas op de grond viel, omdat ik een laptop - die normaal gesproken driekwart van mijn tas vult - in de andere helft probeerde te stoppen. Na dit advies grinnikte de meneer even zenuwachtig en ik verzekerde hem ervan dat ik niet mijn cola open zou maken. De hoofdconducteur meldde dat mijn bestemming in zicht was, maar op dat moment voelde ik in mijn jaszak, en bemerkte dat de fietssleutel die daar doorgaans in vertoeft, daar nu niet in vertoefde. Driftig tastte ik beide helften van mijn vormeloze tas af, waarop de mevrouw tegenover mij - doch niet de mevrouw met het obstakel tussen haar tanden - mij vroeg of ik soms iets kwijt was. Ik beaamde dat. Samen zochten we binnen de bereikbare vierkante meter trein naar mijn fietssleutel. De tijd begon te dringen, en ik stond maar vast op. Ik had bijna de hoop opgegeven, en de mevrouw tegenover mij ook. De andere mevrouw tegenover kon elk moment van pure spanning en sensatie haar stylus doormidden bijten - dit kan ook haar gebruikelijke gezichtsuitdrukking zijn geweest.

CLIFFHANGER / OPEN EINDE